naar archief
Publicatiedatum: 24 februari 2011
Auteur:
Auckjen Ridderbos
Oecumenisch
Leerhuis 10 februari: prof. dr. Peter Nissen
Heiligen en helden
Toen voorzitter Cees Hoekstra ons Peter Nissen
voorstelde als werkzaam aan de Radboud Universiteit te Nijmegen zaten we
meteen al midden in het onderwerp. Want hoezo Radboud? In Nijmegen staat
toch de Katholieke Universiteit?
Nissen legde ons uit dat in 1923 de universiteit van
Nijmegen inderdaad onder die laatste benaming is begonnen, maar dat men
in de 21e eeuw behoefte had aan naamsverandering. Er werd gezocht naar
een historische figuur die iets had met wetenschap èn die als heilige
werd vereerd. Radboud voldeed aan die beide criteria en sinds 2004
draagt de universiteit zijn naam. Deze gang van zaken sloot aan bij wat
vanouds in de katholieke kerk gebruikelijk is: elke organisatie, elk
instituut, beroepsgroep en stad had zijn eigen patroon- of
beschermheilige. Ook elke dag heeft zijn eigen heilige, die op die dag
in het bijzonder wordt vereerd. Om dat allemaal te weten zijn er
heiligenkalenders en ook boeken met heiligenlevens, waarin de levens van
heiligen worden beschreven en aan de gelovigen ten voorbeeld
gesteld.
Wie is heilig?
Niet iedereen kan zomaar heilig genoemd worden. Er gaat een
uitgebreide procedure vooraf aan een heiligverklaring. De mensen die
daarvoor in aanmerking komen, maar voor wie de procedure nog loopt
worden ‘servus Deï’ genoemd (dienaren Gods). De volgende stap is de
zaligverklaring van mensen die een plaatselijke of regionale betekenis
hebben gehad. Heiligen zijn mensen die een wereldwijde verering
genieten. Daarnaast zijn er nog allerlei criteria, zoals bijvoorbeeld
het tijdens en na je leven verricht hebben van wonderen. Het hele proces
van een zalig- en heiligverklaring kan wel een halve eeuw duren. Moeder
Teresa heeft de tot nu toe snelste zaligverklaring gehad: zes jaar en
zes weken na haar dood in 2003 werd ze zalig verklaard.
Wat is heilig?
Heilig is ten diepste wat toebehoort aan de Eeuwige en voor Hem
apart gesteld is. Plekken kunnen heilig zijn (we spreken dan over
heiligdom), maar ook tijden en dagen. Uiteindelijk beseffen we dat
alleen de Eeuwige heilig is, maar in afgeleide zin kunnen ook mensen
heilig genoemd worden als zij in hun leven zoals dat heet een ‘constante
deugdbeoefening’ hebben laten zien.
Behoefte aan heiligen
Heiligen zijn rolmodellen voor hoe je zou kúnnen leven. Zij worden
de mensen ten voorbeeld gesteld: kijk naar deze heiligen die als gewone
mensen toch zijn uitgestegen boven hun eigen kleinheid. Heel veel van
ons leren en gedrag is gebaseerd op nadoen en daartoe worden we ook
uitgedaagd als we heiligenlevens lezen. De behoefte aan heiligen
ontstond vooral in de middeleeuwen toen God beleefd werd als ver weg en
onbereikbaar en er steeds meer nadruk werd gelegd op de goddelijke kant
van Jezus. Heiligen vulden dat vacuüm: zij stonden dichterbij het leven
van alledag. Heiligen werden ook geacht een overmaat aan goede werken
gedaan te hebben, méér dan nodig was om in de hemel te komen. Je kon
dus om dit surplus aan verdiensten vragen voor jezelf (in de katholieke
wereld van vandaag is dit een randverschijnsel geworden).
Opmerkelijk is dat alle godsdiensten verzamelingen kennen van
levensbeschrijvingen van heilige mensen. De behoefte daaraan is dus niet
specifiek katholiek. Wel is het zo dat in de r.k.-kerk de verering van
heiligen het meest vorm heeft aangenomen.
Het vroege christendom
De eerste heiligen in de geschiedenis van het christendom waren de
martelaren. Denk aan het woord marturia: zij die getuigenis aflegden van
hun geloof en dat met de dood moesten bekopen. Bij ons zijn de namen van
Stefanus en Sebastiaan het meest bekend. Opmerkelijk: hun geloofsgenoten
vierden de eucharistie op de sterfdag van de martelaren, omdat zij die
dag beschouwden als hun geboortedag in de hemel.
Sebastiaan heeft zijn bekendheid vooral te danken aan het feit dat
kunstenaars zijn fraaie naakte en gemartelde lijf veelvuldig hebben
afgebeeld. Om die reden is hij de patroonheilige van de Gay-beweging
geworden en daaruit kun je concluderen dat nieuwe generaties aan
heiligen ook weer een nieuwe betekenis kunnen geven of ontlenen.
Verering in onze tijd
Helden hebben al oude papieren: de heros in de Oudheid was iemand
die moedig was, in staat tot bovenmenselijke prestaties, bereid om
zichzelf weg te cijferen en een voorbeeld voor allen. De behoefte aan
voorbeeldfiguren kennen wij in onze tijd zeker ook. Denk bijvoorbeeld
aan Michael Jackson, Elvis Presley, Jim Morrison of prinses Diana. Het
spreekt ons aan dat iemand van gewone komaf het toch ver kan brengen.
Zij zijn geen heiligen, maar idolen. Ze worden vereerd, terwijl we ook
heel goed weten dat hun leven niet in alle opzichten voorbeeldig
was.
Van heiligen worden vaak stukjes bewaard, plukjes haar of botten (dit
worden relieken genoemd). Deze behoefte om iets van bijzondere mensen te
hebben wat je kunt aanraken is ook aan onze tijd niet vreemd: via
internet kun je plukjes haar bestellen van Elvis Presley en in het
winkeltje op het landgoed van de familie Spencer waar Diana begraven
ligt kun je voorwerpen kopen die aan haar herinneren.
De plekken waar de idolen van deze tijd zijn begraven zijn veelal
opengesteld voor publiek en zo geworden tot moderne bedevaartsoorden,
waar mensen ook iets (bloemen, foto’s, brieven) achter kunnen laten,
zoals de middeleeuwse pelgrims deden (votiefgeschenken).
Mensen als Gandhi, Mandela, M.L. King zou je de seculiere heiligen van
de moderne tijd kunnen noemen.
Wat zegt dit in de 21e eeuw?
Van Nissen haalt met instemming een uitspraak aan van Anton van
Duinkerken: ‘Een heilige is iemand die deugt.’ Deze definiëring is
enigszins ontdaan van het sacrale en kent de volgende criteria:
echtheid, integriteit/eerlijkheid, transparantie (doorschijnendzijn) en
transcendentie (laten zien waartoe de mens in staat is als hij boven
zichzelf wordt uitgetild).
Over de conclusie dat we op dit moment in de samenleving en in de kerk
zulke mensen broodnodig hebben zijn de spreker en zijn dankbaar publiek
het roerend eens.