naar archief
Publicatiedatum: 10 maart 2011
Auteur:
pastoor K. Tolboom
Over de feestneus van
Mien en het paard
dat bij buurvrouw Jansen in de gang staat
Een artikel over carnaval in het Kerkblad van de
Protestantse Gemeente Assen is niet een grote vanzelfsprekendheid. De
redactie, die iets dergelijks gerealiseerd wil zien, voelde zich
blijkbaar te onzeker om zelf iets hierover te schrijven en … vroeg de
plaatselijke pastoor.
Ondergetekende is die plaatselijke pastoor en ik vraag
me af of iemand mij misschien ooit ergens gesignaleerd heeft met een
feestneus op. Van mijn kindertijd herinner ik me dat er thuis zo’n
ding rondslingerde. Ik heb hem toen wel eens op mijn kleine kinderneusje
gezet, maar de feestneus bleek te groot en bleef helaas niet zitten. U
begrijpt al dat de schrijver van dit stukje geen groot
ervaringsdeskundige is. Carnaval heb ik nooit gevierd. Alleen via de
televisie pik ik er wat van mee, ondertussen mezelf gelukkig prijzend
dat ik niet mee hoef te doen.
Carnaval wordt uitbundig gevierd in de van oudsher
katholieke streken in ons land. In Twente, Noord-Brabant en Limburg weet
men hoe dat moet. Kosten noch moeite worden gespaard. Velen zijn maanden
bezig met het opbouwen en versieren van de praalwagens voor de
carnavalsoptocht. Ooit vertelde een parochiaan mij in detail wat je
allemaal mee moet nemen als je echt carnaval gaat vieren. Vooral
belangrijk is het pleisters mee te nemen, die goed afgesloten zijn in
een plastic zakje. Zo worden ze niet nat van al het bier. Doe ook veters
in het vakje van je portemonnee. Handig voor als je schoenveter het
begeeft tijdens het feestgedruis.
Niet op liturgische kalender
Ofschoon veel katholieken met overgave carnaval vieren, is het geen
officieel-liturgisch feest. Carnaval staat niet op de liturgische
kalender van de roomskatholieke kerk en er is dan ook maar heel moeilijk
een bisschop of paus te vinden die het vieren van dit feest
verordonneert. In de eerste helft van de twintigste eeuw was de
katholieke geestelijkheid meestal erg tegen carnaval. Er gebeurde veel
wat niet door de katholieke beugel kon. En het liefst zagen de
bisschoppen en pastoors dat er van dit feest werd afgezien. Aan dit
verlangen van de clerus is, zoals u begrijpt, door de carnavalsvierders
nooit tegemoetgekomen. Later zijn de pastoors er, al dan niet
schoorvoetend, toe overgegaan voor te gaan in zogenaamde
carnavalsmissen. Tot op de dag van vandaag zijn er carnavalsoptochten
die geopend worden met een gebed dat door de pastoor wordt uitgesproken,
terwijl hij ondertussen wijwater sprenkelt.
Vaarwel aan het vlees
Het carnaval wordt gevierd vlak voordat de grote vastentijd een
aanvang neemt. En om die reden ziet men in het woord carnaval het
Latijnse ‘carne, vale’. Dat betekent ‘vaarwel aan het vlees’,
tijdens de vastentijd onthield men zich immers volgens goed katholiek
gebruik van het eten van vlees. In afgeleide zin kan daarom het carnaval
wel een christelijk feest genoemd worden. Nog één keer ging men zich
te buiten, voordat men de strenge vastentijd inging.
Scheepskar
Zelf vermoed ik dat dit feest meer een heidense oorsprong heeft.
Het
woord carnaval is dan een verbastering van de zgn. ‘carrus navalis’,
oftewel ‘scheepskar’. In voorchristelijke tijden werd aan het einde
van de wintertijd deze kar of wagen met daarop een afbeelding van de god
Dionysus vanuit Klein-Azië, het huidige Turkije, over zee naar
Griekenland getransporteerd om daar vervolgens rondgereden te worden.
Dionysus was de god van de vruchtbaarheid en de feesten rond zijn
scheepskar werden gevierd om de komst van de lente te begroeten. Deze
begroeting van de lente vond bepaald uitbundig plaats. Er werd gedanst
en gedronken en men bewees meer dan lippendienst aan Venus, de godin van
de liefde.
Het opkomende christendom werd geconfronteerd met dit
heidense lentefeest en besefte dat velen die christen waren geworden,
deze gewoonte niet zomaar zouden willen opgeven. Ja, en dan moet je maar
overgaan tot kerstenen. Tandenknarsend heeft men toen maar dit feest
christelijk geherinterpreteerd: nog één keer feesten om daarna des te
strenger de voorbereidingstijd op Pasen goed te kunnen beleven.
Betekenis van dit feest
Kunnen we vanuit het oogpunt van ons geloof nog iets zinvols
toevoegen aan de betekenis van dit feest? Misschien dit: dat we het
leven, dat ons door God is gegeven, mogen vieren. Het leven geeft ons
moeite en zorgen en dat zal altijd zo blijven, maar er zijn dagen en
tijden dat we alle zorgen maar eens even aan de kant moeten zetten en
feest moeten vieren. Dan is het inderdaad tijd om aan Mien te vragen
waar je feestneus is gebleven en te zingen over dat paard dat op
onverklaarbare wijze in de gang van buurvrouw Jansen terecht is
gekomen.
Nu nog even iets om over na te denken. Wat denkt u: zou
Jezus alleen maar op de bruiloft in Kana geweest zijn om daar water in
wijn te veranderen? In ieder geval was Hij daar om het leven te vieren.
En toen er gedronken ging worden van het water, dat door Zijn toedoen in
wijn was veranderd, zal Hij toch zeker meegedronken hebben? En toen er
gedanst ging worden op dat feest, bleef Hij toch zeker niet aan de kant
staan? In Matteüs 11:19 maakt Jezus melding van het feit dat er mensen
zijn die hem verwijten een gulzigaard en een wijndrinker te zijn.
Bovendien, zo draagt men Hem na, is Hij de vriend van tollenaars en
zondaars. Die verwijten aan het adres van Jezus komen volgens mij niet
voort uit het feit dat Jezus bij feestjes aan de kant bleef staan.
Ook Jezus vierde blijkbaar het leven …
Pastoor K. Tolboom is pastoor
van de r.k. parochie Maria Tenhemelopneming in Assen