Publicatiedatum: 24 maart 2011
Auteur:
Helène van Noord
en Dick Dijk
Oosterhuis-vesper:
Een mens te zijn op aarde
In navolging op het project van oktober 2009 zullen
we op de derde zondag in de veertigdagentijd opnieuw een vesper vieren
waarin de liederen, gebeden en teksten van Huub Oosterhuis centraal
staan.
Oosterhuis heeft sinds het begin van de jaren zestig
een onuitwisbaar stempel gezet op de liturgische praktijk van zowel
rooms-katholieke parochies als protestantse gemeenten. Velen die
vervreemd geraakt waren van de geloofstaal die zij van huis uit hadden
meegekregen, zoals het Latijn of de ‘tale Kanaäns’, raakten weer
‘thuis’ in de liturgische poëzie van Oosterhuis.
Voor veel mensen zal de eerste kennismaking met Oosterhuis geweest
zijn toen het Liedboek van de Kerken verscheen, in 1973. Liederen als
‘Zolang er mensen zijn’, ‘De Heer heeft mij gezien en onverwacht’,
‘Wie oren om te horen heeft’, ‘Komt ons in diepe nacht ter ore’,
werden al snel favoriete liederen in kerkdiensten. Ook andere liederen
vonden hun weg en zijn niet meer weg te denken, zoals ‘De steppe zal
bloeien’, ‘Licht dat ons aanstoot’, ‘Hoor, maar ik kan niet
horen’.
Het oeuvre van Huub Oosterhuis is zeer uitgebreid en
groeit nog steeds. Misschien zit een deel van de kracht in het feit
dat het om woorden gaat die tegen de stroom in gaan. Van officiële
zijde wordt Oosterhuis in de rooms-katholieke kerk gemeden, getuige de
wijze waarop de nieuwste liedbundel voor de parochies is samengesteld.
Ook in sommige protestantse kringen wordt de dichter argwanend
bekeken. Hij zou Christus te veel mens laten zijn en van God een
politiek manifest maken.
Vele gelovigen vinden juist die benadering een verademing. Ze ervaren
het als een bevrijding om over Jezus te horen als iemand in ons midden
en van God te zingen als degene die is gekomen ‘om kleine mensen’.
Maar zeker is dat de kracht vooral zit in de bij de
woorden gecomponeerde muziek. De muziek van Antoine Oomen bijvoorbeeld
is op het lijf geschreven van de teksten van Huub Oosterhuis. De
melodieën zijn vaak eenvoudig te noemen, maar dekken juist daardoor
de poëtische teksten. De akkoorden, declamatieve stijl en niet te
vergeten de mooie pianistische begeleidingen brengen te weeg dat velen
de woorden van Oosterhuis kunnen dromen, dankzij de melodie die zij in
het hoofd hebben.
De vaak meer op de gemeentezang gerichte melodieën van Bernard
Huijbers lijken traditioneler, vooral omdat veel van zijn muziek
geschreven is voor orgel. Maar ook hier geldt dat de muziek onderdanig
is gemaakt aan de woorden, of beter gezegd, de woorden worden door de
muziek opgetild.
Samen met het projectkoor, samengesteld uit 70 (!)
zangers uit Assen en ommelanden, zullen wij weer liederen kunnen
zingen uit het Oosterhuis repertoire. Het bekende lied ‘Een mens te
zijn op aarde’, dat we in de Protestantse Kerk vooral kennen op de
melodie van Tera de Marez Oyens is het uitgangspunt. In de liederen en
teksten zal het gaan over de mens in zijn/haar relatie tot zichzelf,
andere mensen en de Allerhoogste.
Wij hopen u en jou in de viering van de vesper, die op
zondag 27 maart om 16 uur begint in de Adventskerk, deelgenoot te
kunnen maken van dat bijzondere proces van woorden en klanken, die ons
uittillen boven het alledaagse. Graag tot ziens!