Publicatiedatum: 7 april 2011
Auteur: Helène van Noord
Nieuwe liefde
In de Adventskerk hebben we dit seizoen een aantal
gespreksavonden gehad met ouders van opgroeiende kinderen. Doel en
insteek van de gesprekken was steeds om helder te krijgen wáárom je
het belangrijk vindt dat je kinderen naar de kerk gaan, of op z’n
minst iets met geloven hebben. Dat is van een heel andere orde dan de
vraag “Hoe krijgen en houden we de kinderen en jongeren in de kerk.”
Ga eerst maar eens bij jezelf te rade. Wat zoek jij in de kerk? Wat is
het dat jou steeds naar kerkdiensten doet gaan? Of, als je de kerk
niet meer bezoekt, tóch blijft raken? En hoe breng je dát gevoel dan
over aan je kinderen en waarom zou je dat überhaupt willen?
Geen vragen waar een makkelijk antwoord op te vinden is, bleek wel uit
de gesprekken. De verbondenheid met geloven, met de kerk, zelfs als je
die kerk al lang niet meer bezoekt, speelt zich af op het niveau van
het gevoel. Het is te duiden als een soort verlangen, een soort
heimwee, een zoeken naar iets/Iets. Het is niet meer zoals het was,
geloven als een vanzelfsprekend onderdeel van je bestaan. De beelden,
de woorden die je als kind mee kreeg thuis of op school zijn
veranderd. Soms bevrijdend, soms ook verwarrend. In ieder geval is het
niet gemakkelijk om je kind(eren) deelgenoot te maken van datgene dat
je zelf nauwelijks kunt duiden. We zouden zo graag willen dat de kerk
gevuld bleef met mensen, zoekers en soms-even-zieners ... maar we
begrijpen tegelijkertijd zo goed dat de kerk voor de generaties die nu
opgroeien in zo’n wezenlijk andere wereld wereldvreemd moet zijn. En
dán duikt er opeens een stukje op in de krant dat weer wat troost
geeft, of misschien beter gezegd inzicht biedt. In het dagblad Trouw
kwam onlangs de atheïstische filosoof Ger Groot aan het woord. Hij
had een uitvaartdienst meegemaakt van een goede vriend en in die,
kerkelijke, plechtigheid werd bij het uitdragen van de overledene het
oude In Paradisum gezongen: Moge de engelen u geleiden naar het
paradijs. Ofschoon hij diep ongelovig zegt te zijn ten aanzien van elk
menselijk voortbestaan na de dood, werd hij geraakt. Hij ontdekte de
kracht van een oeroud ritueel waarop je, of je nu gelovig bent of
niet, kunt leunen in je diepste verdriet en gevoel van ontreddering.
Is dát misschien het geheim, of zoals de rooms-katholieken zo mooi
kunnen zeggen ‘het mysterie’, dat mensen des-ondanks betrokken
houdt bij de kerk, of tenminste doet verlangen iets in de kerk te
vinden? Bezig met de Oosterhuisvesper stuitte ik op de toespraak die
Oosterhuis heeft gehouden bij de opening van de Nieuwe Liefde, ‘zijn’
leerhuis voor een betere wereld. Hij zegt daarin: “Er is in onze
samenleving behoefte aan plaatsen waar die ‘liefde’ wordt geleerd
en aangemoedigd ... Een huis voor ‘bezield verband’ waar het woord
beschaving opnieuw inhoud krijgt... Daar zijn wij van, van die
utopie... Wij zijn een kortgeding tegen het cynisme. De schat van de
oude rituelen enerzijds en anderzijds het zich steeds vernieuwend oud
en met elkaar gedeeld verlangen naar een wereld die anders is, anders
kan, anders zal...”
Wat mij betreft heeft de Kerk hierin heel wat in huis. Hierover met
elkaar in gesprek gaan en blijven kan naar mijn bescheiden mening een
waardevolle bijdrage leveren aan de toekomst van de Protestantse
Gemeente Assen en haar verschijningsvormen in deze stad. Een gesprek
voorbij aan de noodzaak om te bezuinigen. Voorbij ook aan de (heel
begrijpelijke en menselijke!) gevoelens van angst voor verandering en
verdriet om verlies.
Helène van Noord