naar archief
Publicatiedatum: 7 april 2011
Auteur: ds. Roeland Busschers
Een witte pagina (2)
De witte pagina tussen Oude en Nieuwe Testament staat
voor een geschiedenis van ten minste driehonderd jaar! Belangrijke
politieke, culturele en religieuze ontwikkelingen vonden hierin plaats.
Voor een goed begrip van de joodse wortels van Jezus is kennis van die
periode van groot belang. Ter illustratie een schets van deze
ontwikkelingen aan de hand van het thema ‘opstanding der doden’.
Die aardse Bijbel
In de Hebreeuwse Bijbel is opstanding der doden eigenlijk geen
thema. Het menselijk leven is eindig en vergankelijk, hierna wacht ons
allen het dodenrijk. Alle aandacht gaat uit naar het leven hier en nu!
Slechts enkele teksten bieden een aanknopingspunt om op dit thema door
te gaan. Die nadere invulling krijgt een impuls vanuit beklemmende
vragen over goed en kwaad in deze wereld. God had beloofd rechtvaardigen
te belonen en kwaden te straffen, waarom gebeurt dit niet en zien we
eerder het tegenovergestelde!? Pas in de tijd ná de Hebreeuwse Bijbel
ontstaan vele verschillende uitwerkingen van het thema opstanding. Voor
de meerderheid van Joden toen, zoals voor de meeste volken in het
Midden-Oosten toen, blijkt dit een breed gedragen geloofsthema. De Jood
Jezus is één van hen. Wie hier helemaal niets van wilde weten was de
groep van de Sadduceeën (veelal priesters). Zij hielden vast aan die
aardse Bijbel waarin bijna materialistisch alleen over dit leven wordt
gesproken.
Nieuwe ontwikkelingen
Tijdens de Perzische heerschappij groeit de invloed van de
apocalyptiek. Deze stroming is wijd verbreid en kenmerkt zich door een
nadrukkelijke opsplitsing van de mensheid in groepen: goeden en kwaden.
Na dit leven volgt een oordeel waarin voor sommigen opstanding der doden
en hiernamaals wacht. Een voorbeeld is Daniël 12:2: Velen van hen
die slapen in de aarde, in het stof, zullen ontwaken, sommigen om eeuwig
te leven, anderen om voor eeuwig te worden veracht en verafschuwd.
Heel subtiel verschuift het accent van nu naar straks, van deze wereld
naar een latere.
Bij de apocalyptiek voegt zich later de invloed van de
Grieks-Hellenistische cultuur. In de confrontatie van religieuze Joden
met deze cultuur ontstond het martelaarschap, vooral in de tijd van de
Makkabeeën. Beroemd is het verhaal van de zeven broers.
Tegenover de (Grieks gezinde) koning die hen martelt spreken zij uit: Gij, ellendeling, gij
ontneemt ons nu wel het leven, maar de koning van de wereld zal ons, die
voor zijn wet sterven, opwekken voor een eeuwig leven (2 Makkabeeën
7:9).
Meerdere verhalen in de Boeken der Makkabeeën vertellen
hoe juist de trouw aan Joodse religieuze leefregels door de (vijandige)
koning als daad van verzet wordt opgevat, met martelaarschap als gevolg.
Het geloof in opstanding komt hier niet voort uit angst voor de dood
maar is vooral een stimulans om nu te leven naar de regels van de
Tora!
Ziel én lichaam!
De kennismaking met de Grieks-Hellenistische cultuur brengt het
denken over de verhouding tussen ziel en lichaam in een
stroomversnelling. De denker Plato (428-347 voor Christus) zag de ziel
als de onsterfelijke kern van een mens die in het lichaam - opgevat als
gevangenis! - slechts tijdelijk verblijft. De dood brengt pas weer een
scheiding aan: het lichaam vergaat terwijl de ziel ontsnapt naar een
door God beheerde ‘schatkamer van zielen’. Vooral Farizeeën en
latere rabbijnen verzetten zich tegen die negatieve kwalificatie van het
lichaam.
Fameus is het verhaal hoe de lamme (de ziel) en de
blinde (het lichaam) elkaar wederzijds nodig hebben. In deze kring houdt
men vast aan de eenheid van lichaam én ziel, ín dit aardse leven en
erna. Opmerkelijk is vooral hoe rabbijnen dit thema van ‘opstanding
der doden’ verbinden aan voor iedereen herkenbare ervaringen gedurende
het leven.
Zoals de terugkeer van de regen in het najaar als een
zomer lang de zon het land Israël heeft uitgedroogd. Of zoals in de
ochtend een religieuze Jood bij het wakker worden uitspreekt: Gezegend
Jij, Heer, die de doden doet opstaan. Het zijn die alledaagse
momenten van opstanding die het vertrouwen voeden van mensen in een
laatste opstanding. Voor hen leeft minder de vraag ‘is het waar?’
als veel meer de vraag ‘waar en hoe gebeurt het?’.
Knooppunt
Het thema ‘opstanding der doden’ is dus pas laat ontstaan én in
wisselwerking met andere culturen. In dit thema spelen tegelijkertijd
andere verwante thema’s door. Van een visie op de mens en wat hij kan
tot de betekenis van Gods beloften, van verantwoordelijkheid voor dit
leven hier op aarde tot loyaliteit aan ‘de vaderen’, en meer. Het is
wel een treffend beeld: opstanding der doden als knooppunt van vele
geloofsthema’s is ontstaan in de tijd van die ene witte pagina in de
Bijbel.