Protestantse Gemeente

KERKBLAD   ARTIKEL

 Assen

 Protestantse
 
Kerk
 
Nederland

    

   

Wijkgemeenten PGA
Assen-Noord
Opstandingskerk Assen-Noord
De Bron De Bron
De Ontmoeting
Kloosterveen De Ontmoeting
Holt-Esch
Jozefkerk Holt-Esch
Zuiderkerk Zuiderkerk
Vredeveld
Adventskerk Vredeveld
Sionsgemeente
De Schulp Sionsgemeente
Vereniging van
Vrijzinnige Protestanten
Doopsgezinde Kerk Vereniging van
Vrijzinnige
Protestanten
Ouderenpastoraat Ouderen-
pastoraat

   

Kerkbladarchief

poster
'Al onze vestigingen elke zondag open!'

naar website
Kerk in Actie

     
     
 

naar archief

Publicatiedatum: 1 juni 2011
Auteur: Gerben Althuis

NBG-directeur CeesJan Visser:
Het leven wordt mooier als je de Bijbel kent

NBG-directeur CeesJan Visser in Burkina Faso

CeesJan Visser (61) begon zijn loopbaan als jeugdwerkadviseur in Overijssel en Friesland in de zeventiger jaren. Daarna vertrok hij naar Kampen en werkte achtereenvolgens bij de Hogeschool die nu Windesheim heet, het Catechetisch Centrum van de Theologische Universiteit in Kampen (Oudestraat) en als manager/uitgever bij Kok. Vervolgens werd hij hoofd van het Regionaal Dienstencentrum Gelderland van de Samen Op Weg-kerken (later de Protestantse Kerk in Nederland). In 2007 werd Visser directeur van het Nederlands Bijbelgenootschap. 
“De Bijbel heeft eigenlijk altijd centraal gestaan in mijn werk.” 

“Bij het NBG komen heel veel lijntjes van de dingen die ik gedaan heb samen”, vertelt Visser. “Ik had altijd al veel contacten bij het NBG. Zowel in de tijd van de uitgeverij als in de tijd dat ik op het Catechetisch Centrum werkte. Mensen stimuleren en trainen om het werk dat in de kerk moet gebeuren zo goed mogelijk te doen en ook materiaal daarvoor ontwikkelen. Daar was het NBG ook een partner in. 
Het bijzondere van mijn functie bij het NBG is dat je nu ook heel internationaal gericht bent. Je bent opgenomen in een wereldwijd verband van bijbelgenootschappen en dat kleurt het werk wat ik doe bijna elke dag.” 

Hoe zie je zelf de Bijbel? 
Ik ben van huis uit opgegroeid met de Bijbel. De Bijbel is het meest centrale in het christelijk geloof, is mij altijd voorgehouden. Door de Bijbel leer je God kennen. Dus niet zozeer in de natuur of in je eigen gevoel, maar in het Woord. Daarom moet je de Bijbel lezen en bestuderen en hem leren kennen. 
Kennen in verschillende betekenissen: weten wat er staat, maar ook liefhebben. Als je op die manier God leert kennen, kom je ook zelf in beweging. De Bijbel straalt licht op je leven, waardoor je leven in een perspectief komt te staan. 

Waarom zouden andere mensen de Bijbel moeten lezen? 
Er is een verschil tussen ‘opdringen’ en ‘getuigen van’. Je moet het Woord niet opdringen, maar je moet ook niet té terughoudend zijn. Je mag best zeggen waar je zelf voor staat. 
De keuze of iemand iets heeft of wil met Bijbel en geloof is aan de persoon zelf. En dat komt ook nog van een andere kant. Je kunt ook wórden gegrepen, om zo te zeggen. Bij mij zijn, zoals gezegd, van huis uit de waarden van de Bijbel aan mij overgebracht. En de waarden in onze samenleving hebben duidelijk te maken met de waarden die we ook in de Bijbel kunnen vinden. Om in één zin antwoord te geven op deze vraag: het leven wordt mooier als je de Bijbel kent.’ 

Vorig jaar bezochten CeesJan Visser en Joyce van de Veen, verantwoordelijk voor het wereldwijde bijbelwerk, drie landen in West-Afrika. Samen met collega Pascal Folly, afkomstig uit Togo en verbonden aan het Amerikaans Bijbelgenootschap en David Hammond, de algemeen secretaris van UBS-Afrika, onderzochten ze de mogelijkheden voor een nauwere samenwerking met de bijbelgenootschappen in Benin, Burkina Faso en Togo. Dat had tot resultaat dat er een partnerschap voor vijf jaar werd aangegaan met deze drie landen. 

Wat is de achtergrond van de samenwerking met de landen in Afrika? 
Het Nederlands Bijbelgenootschap was (en is) een trouwe gever aan de United Bible Societies (de Wereldbond van Bijbelgenootschappen). Maar er is bij onze achterban wel de behoefte om iets meer te weten over een bepaald land. 
Toen hebben we gevraagd waar een partnerschap nu het meest nodig is als je extra gaat investeren. De UBS was daar volop bij betrokken. Er is onderzoek gedaan. Eerst wereldwijd en toen richting de regionaal secretaris in Afrika. Dat had tot resultaat dat er drie landen zijn gekozen: Benin, Burkina Faso en Togo. Dat zijn echt heel arme landen waar het bijbelwerk nog in de kinderschoenen staat. Ook Amerika participeert als gevend land hierin. 
Overigens gaat het niet alleen om het geven van geld. Het gaat erom dat je elkaar helpt en inspireert om de mogelijkheden die je hebt zo goed mogelijk te gebruiken en de verschillende onderdelen van het bijbelwerk op elkaar af te stemmen. Niet alleen de Bijbel vertalen, maar ook nadenken over hoeveel je er moet drukken en hoe snel je een tweede druk kunt realiseren als daar behoefte aan is. 

Om welke projecten gaat het? 
De projecten die we willen steunen, zijn heel verschillend en tegelijk ook onderdeel van het ene grote project: ervoor zorgen dat de Bijbel zoveel mogelijk mensen bereikt en aanspreekt. Er zijn een aantal vertaalprojecten, zoals de bijbelvertaling in het Gun, een taal die gesproken wordt in Benin. In Togo steunen we vertaalwerk voor het Oude Testament in het Mina en in Burkina Faso komen vertalingen van de Bijbel in het Mòoré en het Diagara. Uiteraard heb je voor dat werk ook goede vertalers nodig, dus behalve faciliteiten om het werk te kunnen doen en de vertalers te kunnen betalen, financieren we ook opleidingen. 

Naast vertaalprojecten steunen we ook alfabetiseringsprojecten. Want je kunt wel een prachtige vertaling van de Bijbel hebben, maar je moet hem ook kunnen lezen. Verder steunen we het succesvolle programma Faith Comes By Hearing, de Bijbel op geluidscassette of cd. We hebben daar al veel ervaring mee. In veel Afrikaanse landen worden de cassettes intensief gebruikt. Mensen die urenlang bij elkaar zitten rond een cassetterecorder om te luisteren naar het voorlezen van de Bijbel. 
Ten slotte ook heel praktische zaken, zoals een auto voor bijbeldistributie en een generator voor het bijbelhuis. 

Is dit partnerschap nu de nieuwe werkwijze van het NBG? 
We hebben nu een grotere betrokkenheid op de uitvoering van de projecten en hanteren daar het begrip ‘wederzijds leren’. Zij leren van ons, maar wij leren ook van hen. En we willen dingen samen doen. Voor de voorlichting werkt dat wellicht beter. Op het speciale Afrika-nummer van BijbelNieuws, het blad dat we toesturen aan onze leden en donateurs, kregen we positieve reacties. Op die manier tonen we aan onze achterban iets meer samenhang. Daardoor kun je een iets dieper verhaal vertellen. Het Bijbelgenootschap wil wat meer concentratie op een aantal landen en een langdurigere relatie, zodat er echt iets op gang kan komen. 
Daarnaast verliezen we natuurlijk de andere landen niet uit het oog. We gaan dit partnerschap bewust aan voor een periode van vijf jaar. Daarna willen we ons weer concentreren op andere landen. Een geheel nieuwe werkwijze kunnen we dit niet noemen, maar wel een accentverschuiving. Die overigens heel goed past in de manier waarop wereldwijd het bijbelwerk is georganiseerd. 

Gaat dat niet ten koste van andere landen? 
We hebben goed overleg binnen het geheel van de UBS dat er een beleid gevoerd wordt waar dit inpast. Concentratie op bepaalde landen moet niet tot gevolg hebben dat het werk dat wellicht donateurs minder aanspreekt stil komt te liggen. 
Voor projecten in Afrika, het Midden-Oosten of China lopen de mensen makkelijker warm dan voor activiteiten in Italië, Spanje of Malta. Maar ook daar moet het werk doorgaan. Dat vraagt om een zorgvuldig proces in de UBS. En daar denken wij volop in mee. 

Zijn Nederland en Amerika de eerste landen die een partnerschap zijn aangegaan? 
Nee, zeker niet. Noorwegen bijvoorbeeld doet dit al veel langer. ‘Hun’ land is Oekraïne. Juist door hun positieve ervaringen zijn wij gaan nadenken over het aangaan van een partnerschap. Engeland is verbonden aan Ethiopië, India en Ghana, Schotland met Korea. Het blijkt dat deze manier van werken positief uitpakt. 
Je moet bij het wereldwijde bijbelwerk ervoor oppassen dat het niet een unaniem en bureaucratisch geheel wordt; de UBS moet wel een broederschap blijven. De spirituele kant van het bijbelwerk is in het internationale bijbelwerk heel belangrijk. In vergaderingen en bijeenkomsten wordt daar altijd ruim aandacht aan besteed. De ervaring is dat door deze manier van werken de persoonlijke betrokkenheid groter wordt. Je leert de mensen kennen. 

Wordt de bijbelverspreiding in de drie landen geaccepteerd? 
In Burkina Faso is de meerderheid moslim. In de andere landen heb je vooral ‘stammengodsdiensten’. In de drie landen zijn de tegenstellingen nog niet zo scherp. Moslims, christenen en anders-gelovigen leven vreedzaam naast elkaar. Je hebt ook wel ‘verkeer’ tussen islam en christendom. Moslims die christen worden en christenen die overgaan naar de islam. Je hebt soms wel te maken met de spanning tussen het christendom en andere godsdiensten. En dan sta je voor de vraag: hoe kun je voorkomen dat de tegenstelling een soort oorlog wordt? Die verantwoordelijkheid hebben de bijbelgenootschappen daar wel. Aan de ene kant het Woord verbreiden en aan de andere kant voorkomen dat er onoverkomelijke tegenstellingen groeien tussen bevolkingsgroepen.

 

 
     
   
  

  

laatste wijzigingen