CeesJan Visser (61) begon zijn loopbaan als
jeugdwerkadviseur in Overijssel en Friesland in de zeventiger jaren.
Daarna vertrok hij naar Kampen en werkte achtereenvolgens bij de
Hogeschool die nu Windesheim heet, het Catechetisch Centrum van de
Theologische Universiteit in Kampen (Oudestraat) en als manager/uitgever
bij Kok. Vervolgens werd hij hoofd van het Regionaal Dienstencentrum
Gelderland van de Samen Op Weg-kerken (later de Protestantse Kerk in
Nederland). In 2007 werd Visser directeur van het Nederlands
Bijbelgenootschap.
“De Bijbel heeft eigenlijk altijd centraal gestaan in mijn werk.”
“Bij het NBG komen heel veel lijntjes van de dingen
die ik gedaan heb samen”, vertelt Visser. “Ik had altijd al veel
contacten bij het NBG. Zowel in de tijd van de uitgeverij als in de tijd
dat ik op het Catechetisch Centrum werkte. Mensen stimuleren en trainen
om het werk dat in de kerk moet gebeuren zo goed mogelijk te doen en ook
materiaal daarvoor ontwikkelen. Daar was het NBG ook een partner
in.
Het bijzondere van mijn functie bij het NBG is dat je nu ook heel
internationaal gericht bent. Je bent opgenomen in een wereldwijd verband
van bijbelgenootschappen en dat kleurt het werk wat ik doe bijna elke
dag.”
Hoe zie je zelf de Bijbel?
Ik ben van huis uit opgegroeid met de Bijbel. De Bijbel is het meest
centrale in het christelijk geloof, is mij altijd voorgehouden. Door de
Bijbel leer je God kennen. Dus niet zozeer in de natuur of in je eigen
gevoel, maar in het Woord. Daarom moet je de Bijbel lezen en bestuderen
en hem leren kennen.
Kennen in verschillende betekenissen: weten wat er staat, maar ook
liefhebben. Als je op die manier God leert kennen, kom je ook zelf in
beweging. De Bijbel straalt licht op je leven, waardoor je leven in een
perspectief komt te staan.
Waarom zouden andere mensen de Bijbel moeten
lezen?
Er is een verschil tussen ‘opdringen’ en ‘getuigen van’. Je
moet het Woord niet opdringen, maar je moet ook niet té terughoudend
zijn. Je mag best zeggen waar je zelf voor staat.
De keuze of iemand iets heeft of wil met Bijbel en geloof is aan de
persoon zelf. En dat komt ook nog van een andere kant. Je kunt ook
wórden gegrepen, om zo te zeggen. Bij mij zijn, zoals gezegd, van huis
uit de waarden van de Bijbel aan mij overgebracht. En de waarden in onze
samenleving hebben duidelijk te maken met de waarden die we ook in de
Bijbel kunnen vinden. Om in één zin antwoord te geven op deze vraag:
het leven wordt mooier als je de Bijbel kent.’
Vorig jaar bezochten CeesJan Visser en Joyce van de
Veen, verantwoordelijk voor het wereldwijde bijbelwerk, drie landen in
West-Afrika. Samen met collega Pascal Folly, afkomstig uit Togo en
verbonden aan het Amerikaans Bijbelgenootschap en David Hammond, de
algemeen secretaris van UBS-Afrika, onderzochten ze de mogelijkheden
voor een nauwere samenwerking met de bijbelgenootschappen in Benin,
Burkina Faso en Togo. Dat had tot resultaat dat er een partnerschap voor
vijf jaar werd aangegaan met deze drie landen.
Wat is de achtergrond van de samenwerking met de
landen in Afrika?
Het Nederlands Bijbelgenootschap was (en is) een trouwe gever aan de
United Bible Societies (de Wereldbond van Bijbelgenootschappen). Maar er
is bij onze achterban wel de behoefte om iets meer te weten over een
bepaald land.
Toen hebben we gevraagd waar een partnerschap nu het meest nodig is als
je extra gaat investeren. De UBS was daar volop bij betrokken. Er is
onderzoek gedaan. Eerst wereldwijd en toen richting de regionaal
secretaris in Afrika. Dat had tot resultaat dat er drie landen zijn
gekozen: Benin, Burkina Faso en Togo. Dat zijn echt heel arme landen
waar het bijbelwerk nog in de kinderschoenen staat. Ook Amerika
participeert als gevend land hierin.
Overigens gaat het niet alleen om het geven van geld. Het gaat erom dat
je elkaar helpt en inspireert om de mogelijkheden die je hebt zo goed
mogelijk te gebruiken en de verschillende onderdelen van het bijbelwerk
op elkaar af te stemmen. Niet alleen de Bijbel vertalen, maar ook
nadenken over hoeveel je er moet drukken en hoe snel je een tweede druk
kunt realiseren als daar behoefte aan is.
Om welke projecten gaat het?
De projecten die we willen steunen, zijn heel verschillend en
tegelijk ook onderdeel van het ene grote project: ervoor zorgen dat de
Bijbel zoveel mogelijk mensen bereikt en aanspreekt. Er zijn een aantal
vertaalprojecten, zoals de bijbelvertaling in het Gun, een taal die
gesproken wordt in Benin. In Togo steunen we vertaalwerk voor het Oude
Testament in het Mina en in Burkina Faso komen vertalingen van de Bijbel
in het Mòoré en het Diagara. Uiteraard heb je voor dat werk ook goede
vertalers nodig, dus behalve faciliteiten om het werk te kunnen doen en
de vertalers te kunnen betalen, financieren we ook opleidingen.
Naast vertaalprojecten steunen we ook
alfabetiseringsprojecten. Want je kunt wel een prachtige vertaling van
de Bijbel hebben, maar je moet hem ook kunnen lezen. Verder steunen we
het succesvolle programma Faith Comes By Hearing, de Bijbel op
geluidscassette of cd. We hebben daar al veel ervaring mee. In veel
Afrikaanse landen worden de cassettes intensief gebruikt. Mensen die
urenlang bij elkaar zitten rond een cassetterecorder om te luisteren
naar het voorlezen van de Bijbel.
Ten slotte ook heel praktische zaken, zoals een auto voor
bijbeldistributie en een generator voor het bijbelhuis.
Is dit partnerschap nu de nieuwe werkwijze van het
NBG?
We hebben nu een grotere betrokkenheid op de uitvoering van de
projecten en hanteren daar het begrip ‘wederzijds leren’. Zij leren
van ons, maar wij leren ook van hen. En we willen dingen samen doen.
Voor de voorlichting werkt dat wellicht beter. Op het speciale
Afrika-nummer van BijbelNieuws, het blad dat we toesturen aan onze leden
en donateurs, kregen we positieve reacties. Op die manier tonen we aan
onze achterban iets meer samenhang. Daardoor kun je een iets dieper
verhaal vertellen. Het Bijbelgenootschap wil wat meer concentratie op
een aantal landen en een langdurigere relatie, zodat er echt iets op
gang kan komen.
Daarnaast verliezen we natuurlijk de andere landen niet uit het oog. We
gaan dit partnerschap bewust aan voor een periode van vijf jaar. Daarna
willen we ons weer concentreren op andere landen. Een geheel nieuwe
werkwijze kunnen we dit niet noemen, maar wel een accentverschuiving.
Die overigens heel goed past in de manier waarop wereldwijd het
bijbelwerk is georganiseerd.
Gaat dat niet ten koste van andere landen?
We hebben goed overleg binnen het geheel van de UBS dat er een
beleid gevoerd wordt waar dit inpast. Concentratie op bepaalde landen
moet niet tot gevolg hebben dat het werk dat wellicht donateurs minder
aanspreekt stil komt te liggen.
Voor projecten in Afrika, het Midden-Oosten of China lopen de mensen
makkelijker warm dan voor activiteiten in Italië, Spanje of Malta. Maar
ook daar moet het werk doorgaan. Dat vraagt om een zorgvuldig proces in
de UBS. En daar denken wij volop in mee.
Zijn Nederland en Amerika de eerste landen die een
partnerschap zijn aangegaan?
Nee, zeker niet. Noorwegen bijvoorbeeld doet dit al veel langer. ‘Hun’
land is Oekraïne. Juist door hun positieve ervaringen zijn wij gaan
nadenken over het aangaan van een partnerschap. Engeland is verbonden
aan Ethiopië, India en Ghana, Schotland met Korea. Het blijkt dat deze
manier van werken positief uitpakt.
Je moet bij het wereldwijde bijbelwerk ervoor oppassen dat het niet een
unaniem en bureaucratisch geheel wordt; de UBS moet wel een broederschap
blijven. De spirituele kant van het bijbelwerk is in het internationale
bijbelwerk heel belangrijk. In vergaderingen en bijeenkomsten wordt daar
altijd ruim aandacht aan besteed. De ervaring is dat door deze manier
van werken de persoonlijke betrokkenheid groter wordt. Je leert de
mensen kennen.
Wordt de bijbelverspreiding in de drie landen
geaccepteerd?
In Burkina Faso is de meerderheid moslim. In de andere landen heb je
vooral ‘stammengodsdiensten’. In de drie landen zijn de
tegenstellingen nog niet zo scherp. Moslims, christenen en
anders-gelovigen leven vreedzaam naast elkaar. Je hebt ook wel ‘verkeer’
tussen islam en christendom. Moslims die christen worden en christenen
die overgaan naar de islam. Je hebt soms wel te maken met de spanning
tussen het christendom en andere godsdiensten. En dan sta je voor de
vraag: hoe kun je voorkomen dat de tegenstelling een soort oorlog wordt?
Die verantwoordelijkheid hebben de bijbelgenootschappen daar wel. Aan de
ene kant het Woord verbreiden en aan de andere kant voorkomen dat er
onoverkomelijke tegenstellingen groeien tussen bevolkingsgroepen.