| |
|
|
| |
naar archief
Publicatiedatum: 1 juni 2011
Auteur: ds. Roeland Busschers
 |
| Een rubriek over termen, begrippen en mensen die
verband houden met (christelijke) spiritualiteit. |
Spiritueel abracadabra
Joods ...
Wie ‘joods’ zegt, komt al snel bij ‘de geboden’
terecht. Als iets de joodse religie kenmerkt, is het wel de gehechtheid
aan ‘de mitswot’ (hebreeuws voor geboden). Om gelijk een misverstand
uit de weg te ruimen: het gaat niet om ‘de mitswot’ als geschreven
bijbelwoord maar vooral om daden die je al of niet doet! Mitswot zijn
tenslotte opdrachten om zus of zo te handelen.
Zo gaat het in de ’10 woorden’ van Exodus 20 en Deuteronomium 5
enkel en alleen over het menselijk handelen: doe dit en laat dit, spreek
zus maar niet zo, blijf met je handen af van … draag wel op handen …
Al lezend én lerend in Tenach ontdekten enkele rabbijnen dat daarin wel
613 ge- en verboden staan geschreven. Al die opdrachten tot handelen
bestrijken het hele terrein van ons leven: van het voedsel in de keuken
tot de sexualiteit in de slaapkamer, van geboorte tot en met de dood,
van de Sjabbat als wekelijkse feestdag tot en met de ‘hoge’
feestdagen, van de menselijke omgang onderling tot en met de omgang met
God, en nog veel meer. Voor al die momenten zijn mitswot gegeven die
naast het feit dat ze verplichtend zijn vooral tot doel hebben het
bewust (samen) leven van mensen te versterken. Want de praktijk leert,
al die geboden zijn voor joden goed te doen. Men vroeg eens een rabbijn:
waarom uitgerekend 613? Zijn antwoord luidt: de 613 mitswot bestaan uit
365 geboden, overeenkomstig het aantal dagen van het jaar, en uit 248
verboden, overeenkomstig het aantal lichaamsdelen van een mens. Hoe ook
de telling uitvalt, de strekking is duidelijk: iedere dag is wel iets al
of niet te doen voor een jood - doe dat dan !

De joodse spiritualiteit
die in de loop der eeuwen is ontwikkeld en gegroeid, cirkelt om deze
kern van ‘het doen van de geboden’ heen. Al heel vroeg in de joodse
geschiedenis is het besef aanwezig: wie het ‘juk der geboden’ op
zich neemt (en dus: doet!), getuigt van Gods koningschap. Al is getuigen
hier duidelijk iets anders dan prediken. Alle mystieke stromingen uit
diverse tijden houden vast aan de nadruk op het handelen en doen van
joden. Sterker nog, de joodse mystiek tracht zelfs de
verantwoordelijkheid van iedere jood voor het doen van de mitswot te
versterken! Natuurlijk geldt voor joden dat ieder verantwoordelijk is
voor zichzelf. Op een vreemde manier, gedeeltelijk wel en niet uit eigen
keuze, is elke jood tevens verantwoordelijk voor het hele joodse volk.
Daar stopt de verantwoordelijkheid overigens niet. Waarom heeft God
onder dwang de joden de Tora in handen (!) gegeven? Omdat, zegt God, als
dit joodse volk de Tora niet had willen accepteren, de hele schepping
terug zou vallen in de chaos. Waarmee minder is gezegd over een aparte
status van het joodse volk maar veel meer over hun bijzondere
verantwoordelijkheid! Verschillende mystieke stromingen (Kabbala o.a.)
vergroten die joodse verantwoordelijkheid nog eens. Niet alleen de hele
schepping staat op het spel in het handelen naar de mitswot. Dit raakt
volgens mystici aan God zelf! Het is God zelf die zich in handen heeft
gelegd van Joden, om door hun handelen weer God te kunnen worden. In het
Joodse verbond met God, gebaseerd op mitswot, is van oudsher het
aangewezen zijn op elkaar belangrijk. Ook hoe God is aangewezen op
joden! De joodse spiritualiteit opent daarvoor de ogen, voor die
kosmische reikwijdte van de mitswot.
Ds. Roeland Busschers
naar archief
|
|
| |
|
|
|