En als het dan stil
en rustig is, wat dan?
Eindelijk is dan straks de vakantietijd
aangebroken, tijd om los te komen van de dagelijkse beslommeringen, van
alles wat moet, van de race tegen de klok. We verlangen ernaar minder
aan ons hoofd te hebben, minder beelden en geluiden te zien en te horen,
minder verplichtingen en opdrachten te hebben.
Kortom: we zien uit naar niets hoeven, naar rust en stilte, naar
loskomen van de drukte van ons bestaan.
Maar als het dan eenmaal zover is, blijkt het
vaak niet mee te vallen om onszelf de rust te verwerven die we nodig
hebben. We lijken op iemand die een geweldige vaart heeft en plotseling
remt: de kans om dan over de kop te slaan is groot. In plaats van kalm
en ontspannen voelen we ons onrustig en kunnen onze draai niet vinden.
Soms worden we zelfs ziek en krijgen allerlei klachten zoals
slapeloosheid, migraine of lusteloosheid. Veel mensen ontdekken juist in
de vakantie dat ze oververmoeid zijn of zelfs een burn-out hebben.
Mensen die willen leren mediteren hebben in het begin vaak vergelijkbare
negatieve ervaringen. Ze klagen over onrust, almaar moeten denken over
van alles en nog wat, zorgen en vragen die steeds blijven opkomen,
beelden die ze niet kwijtraken en lijstjes van grote en kleine dingen
die nog gedaan moeten worden.
Zorgen
Wie daarmee verder wil komen moet eerst maar eerlijk toegeven dat
wij mensen het moeilijk vinden om in het heden te leven: wij breken ons
vaak het hoofd over wat gebeurd is in het verleden en maken ons veel
zorgen over wat er kan gebeuren in de toekomst. “Maak u geen zorgen
voor de dag van morgen”, deze opdracht van Jezus is voor ons heel
lastig, maar van groot belang om in te oefenen.
Te veel
Rust en stilte zijn dus niet zonder gevaar. Onvermijdelijk leggen ze
bloot dat er veel in ons leven ‘te’ is: te snel, te veel, te goed
willen doen. We ontdekken dat we te veel denken onmisbaar te zijn (en
misschien denken we dat wel niet, maar we dóen wel zo), dat we moeilijk
‘nee’ kunnen zeggen, dat we zelf veel naar ons toetrekken, dat we
niet durven protesteren als er iets op ons bordje wordt gelegd …
De taal van ons lichaam
“Ons lichaam is een groot verstand”, dat zei Nietzsche al en hij
bedoelde: we luisteren wel naar ons hoofd, maar niet naar ons lijf. Het
lichaam geeft wel aan waar we behoefte aan hebben door allerlei kleine
of grote klachten, door pijn in hoofd of nek of maag, of door gevoelens
van chronische vermoeidheid. Dat alles negeren betekent dat uiteindelijk
de rek uit het elastiek gaat: we kunnen niet meer tot rust en stilte
komen.
Resetten
Wie dit bij zichzelf waarneemt (en wie doet dat van tijd tot tijd
niet …) hoeft niet te denken dat hiervoor geen remedie is, gelukkig
niet. In de trein is het me de laatste tijd een paar keer overkomen dat
we, in geval van een technische storing, moesten ‘resetten’. Dat
ging gepaard met drie maatregelen: stilstaan, deuren dicht en lichten
uit. En dan - na een poosje - opnieuw proberen verder te rijden. Dat zou
voor onze vakantie ook wel eens een nuttige oefening kunnen zijn.
Daarbij zijn drie dingen van groot belang: luisteren, zoeken en
oefenen. Luisteren naar je lichaam (en dan ook doen wat je
lijf vraagt!).
Zoeken naar wat achter je gedrag ligt (moet ik van mezelf nog
steeds de beste van de klas zijn omdat ik anders onzeker word, waarom
ben ik in feite altijd uit op goedkeuring van anderen).
En ten slotte oefenen: tijd maken voor rust en stilte. Af en toe
stil zitten - al is het maar een paar minuten - je adem voelen, het
kloppen van je hart, de spanning op verschillende plekken in je lijf.
Doe niets, maar geef er aandacht aan, want alles wat aandacht krijgt
wordt warm en kan zich ontspannen. Zet al je zintuigen open en voel
alles wat er is: de zachte wind, de prikkelende kou, de warmte van de
zon en nog zoveel meer …
Dan kan er ook weer ruimte komen om te leven in het nu en te
ervaren:
God maakte mij, Hij gaf me adem en levensruimte, het is Zijn liefde
waardoor ik besta. Dan kan ik ook weer voelen dat ik vandaag heb
gekregen wat ik nodig heb. En dan komt als vanzelf in mij het gebed om
met die liefde te leven.
Tijd hebben en tijd maken
Dit alles vraagt niet veel tijd en ook geen speciale eigenschappen.
Toch vinden wij het lastig om echt tijd te maken voor ogenblikken van
rust en stilte. Iemand merkte eens scherp op: “Het moeilijkste van
bidden is dat je dan iets anders niet kunt doen.” De vraag wordt dan
of wij dat over hebben voor onszelf en voor God en of wij willen
investeren in die relatie.
Niet omdat dat moet, maar omdat alleen zo de liefde levend blijft: omdat
ik van je houd heb ik tijd voor je en omdat ik tijd voor jou maak ga ik
steeds meer van je houden. Dat geldt ook voor onze band met God.
Ik wens ons allemaal toe dat we de zomertijd gebruiken om onze onrustige
beleving van de tijd te brengen in de ruimte en de stilte van God.