“Stel je voor, de Adventskerk is dicht ... Ik ben er
verdrietig van. Ik ga echt niet elke zondag. Vaak heb ik te weinig
energie. Ik ben dan zo depressief en moe. Maar als ik de klokken hoor
… Dat doet me ook al goed. Ik weet dat daar mensen zitten die aan ons
hier op het terrein denken. Klaske, die in de kamer naast me woont, gaat
meestal wel en komt altijd even kijken in mijn kamer of het me lukt om
mee te gaan. Als ik dan, zo somber en angstig, nog in bed lig zegt ze
dat ze een kaarsje voor me aan zal steken, voor me zal bidden en mijn
naam in het gebedenboek zal schrijven zodat de anderen ook even aan me
denken.
Dat is nu weg.
Ik besef nu eigenlijk pas hoeveel dat met me doet. Een beetje houvast,
hoe dan ook. Een heel klein lichtpuntje midden in het donker van mijn
depressie? Met kerst komen ze samen langs, vroeg in de ochtend lopen ze
het hele terrein over, een ezeltje sjokt voor hen uit, ze zingen samen,
zo mooi, onze geestelijk verzorgers, de dominee, gemeenteleden, kinderen
erbij.
Allemaal samen. Dat geeft een goed gevoel. Want ook al heb ik
voornamelijk contact met mijn eigen geestelijk verzorger hier, als ik ze
zo samen van alles zie organiseren, denk ik bij mezelf: ook als ik hier
misschien nog eens vandaan kom en het dan weer alleen moet doen daar
buiten in de maatschappij, en ik weet maar al te goed dat het dan weer
knokken wordt, kan ik toch ergens terecht waar ze een beetje weten wie
en hoe ik ben.
Dat is nu weg.
Iemand zegt: dan ga je toch naar een andere kerk; er zijn er wel meer in
Assen. Natuurlijk zijn er meer, maar ik durf voorlopig nog lang niet van
het terrein af. Dat is geen onwil; dat heeft met mijn ziekte te maken.
Het moet vertrouwd en veilig voor me zijn. En de Adventskerk is
vertrouwd en veilig.
En als ik me ook daar toch onrustig voel worden kan ik zo weglopen
zonder dat iemand dat gek vindt. De koster heeft me wel eens mee naar
achteren genomen en heeft koffie met me gedronken tot ik weer een beetje
kalmeerde. Trouwens, ook Vincent zal niet naar een andere kerk gaan.
Laatst was hij een beetje psychotisch en druk. Tijdens de preek liep hij
naar voren om de dominee te helpen het heil te verkondigen voor heel de
mensenwereld, want, zo zei hij, het was belangrijk dat alle zieken en
armen in de wereld zouden weten dat God hen liefheeft. De dominee
bedankte Vincent voor zijn mooie woorden en nodigde hem vriendelijk uit
om weer te gaan zitten en er straks na de dienst nog even op terug te
komen.
Mooi, hè?
En dat is nu weg.
Als ik nu mijn gordijnen open doe zie ik hem nog wel en het blijft een
mooie kerk, hoor. Maar het is anders nu. Ik mis mijn kerk. Ik mis de
mensen daar die ik lang niet allemaal ken en toch ook wel, want ze horen
daar net als ik een stem: Jij bent een geliefd mensenkind, hoe dan
ook.
Volgens mij hebben veel mensen niet echt door wat die
Adventskerk en de mensen daar voor mij en voor velen hier met mij
betekenen. Hoe we die nodig hebben, al was het maar als een zichtbaar en
hoorbaar teken dat de hemel zich ook over ons ontfermt.”
(De genoemde namen in deze mijmering zijn gefingeerd.)
naar archief