Publicatiedatum: 21 juli
2011
Auteur: ds. Jan Ridderbos
Met nieuwe ogen kijken
Matthias
Grünewald, detail van het Isenheimer
Altaar
Het aardige van schilderen is, dat je niet alleen
met verf maar ook met woorden kunt schilderen. In een kort zinnetje
schildert de evangelist Mattëus een portret van Johannes de Doper.
En hij roept met zijn woorden de profeet Elia op.
Van Elia werd gezegd: ‘Het was iemand met een
haren kleed en een lederen gordel om zijn lendenen gebonden’ (2
Koningen 1:8). Het is dat beeld van Elia dat Matteüs oproept
wanneer hij Johannes de Doper portretteert: ‘Hij nu, Johannes,
droeg een kleed van kameelhaar en een lederen gordel om zijn
lendenen’ (Mattëus 3:4). Je kunt aan dat beeld, die gelijkenis
wat schouderophalend voorbijgaan. Maar in de loop van het evangelie
van Mattëus wordt duidelijk, hoe belangrijk die gelijkenis is.
Jezus zelf zegt van Johannes, dat hij de Elia is die komen zou
(Mattëus 11:14 en 17:10-13). Onze christelijke bijbel sluit met de
gedachte van de wederkomst van Elia af. In het een na laatste vers
van het Oude Testament staat: ‘Zie, Ik zend u de profeet Elia’
(Maleachi 4:4). Je kunt wel zeggen, het is maar een beeld dat
Mattëus oproept. Maar wie de bijbel nauwkeurig leest, ontdekt haast
als vanzelf hoe belangrijk dat beeld is. En zoals de evangelist
Mattëus in ‘n kort zinnetje een belangrijk beeld van Johannes
schildert, zo doet Johannes de Doper dat van Jezus. Zijn korte
zinnetje luidt: ‘Zie het lam Gods, dat de zonde der wereld
wegneemt’ (Johannes 1:29). De schilder Caravaggio wist, zoals zo
vele andere schilders, hoe belangrijk dat zinnetje is. Wanneer hij
portretten van de jonge Johannes de Doper schildert, beeldt hij daar
vaak een ram bij af. Naast de onvolwassen Johannes een volwassen
schaap, een lam dat groot gegroeid is.