Een weg die nog
voortreffelijker is ...
Het jaarthema van de Protestantse Kerk
in Nederland is de liefde. In verschillende wijkgemeenten werd dit
thema uitgewerkt tijdens de startzondag. Liefde is een groots, maar
ook sleets geworden thema. Is daar nog wel iets over te zeggen of
schrijven? Bert Altena beschouwt Paulus’ loflied op de
liefde.
De onlangs overleden theoloog en filosoof Jan Sperna
Weiland vertelde ooit in een interview in de krant de legende van de
apostel Johannes. Ik heb dat toen uitgeknipt en bewaard en bij
verschillende gelegenheden gebruikt. Ook nu komt het weer van pas.
De legende vertelt hoe de apostel Johannes tot op hoge leeftijd
blijft preken in de zeven gemeenten te Asia (nu: Turkije), dezelfde
aan wie hij zijn brieven in het boek Openbaring heeft geschreven.
Maar met het klimmen der jaren valt dat preken hem steeds zwaarder.
Het kost steeds meer moeite de preekstoel te betreden en een preek
te houden. Tot op het laatst, hij nog eenmaal alle krachten
aanspreekt, de preekstoel opgaat en zegt: ‘Lieve gemeente, God is
liefde. De rest een verhaal eromheen.’ Zo kort kan een preek
zijn.
God is liefde. De rest…? Is er nog iets te zeggen of te schrijven
over de liefde, dat nog niet eerder is verkondigd? Het jaarthema van
onze Protestantse Kerk in Nederland bevat een centrale christelijke
geloofswaarheid. Na geloof (2009) en hoop (2010) nu als jaarthema de
liefde, die zoals Paulus het in zijn befaamde hooglied van de liefde
zegt, ‘de grootste’ van deze drie is. Je vraagt je af wat er
hierna nog voor thema kan volgen.
Poëtische
zwerfsteen?
Naar aanleiding van Paulus’ loflied op de liefde, I
Korintiërs 13, in dit artikel een paar opmerkingen die de liefde
in een context plaatsen. Dat is nodig, want op zichzelf genomen kun
je met het thema ‘liefde’ alle kanten op. Het is niet alleen een
veelgebruikt, maar ook een veel misbruikt woord. Dat maakt dat het
behoorlijk sleets is geraakt. In de brieven van Paulus valt het
genoemde hoofdstuk op. Het begint met de bekende woorden: Al
sprak ik de talen van alle mensen en die van de engelen - had ik de
liefde niet, ik zou niet meer zijn dan een dreunende gong of een
schelle cimbaal. En op dat thema borduren de volgende verzen
door. Had ik de liefde niet. Op de liefde komt het allemaal aan.
Vervolgens wordt die liefde bezongen als geduldig en vol goedheid,
zonder afgunst of zelfgenoegzaamheid. De liefde zal nooit vergaan.
Het zijn bekende woorden, niet in het minst doordat ze in menige
huwelijksdienst hebben geklonken. Ook bij andere gelegenheden doen
ze dienst. Bij de uitvaart van prinses Diana, al weer 14 jaar
geleden, las toenmalig prime minister Tony Blair dit gedeelte voor.
Het lied eindigt met de al genoemde trits: geloof, hoop en liefde.
Uit alles blijkt dat het lied op de liefde een zorgvuldig
gecomponeerd geheel is. Bij eerste indruk zo heel anders van toon
dan de rest van de brieven van Paulus. Het lijkt een poëtische
zwerfsteen te zijn, waardoor het geen wonder is dat het vaak als een
geďsoleerd gedeelte is behandeld.
Hoeksteen in de
brief
Bij nader inzien is die eerste indruk op
tenminste twee punten te corrigeren. In de eerste plaats is Paulus
in zijn brieven veel poëtischer dan wij vaak menen. Het
overheersende beeld van Paulus is nog steeds dat van de dorre,
drammerige dogmaticus, maar dat zegt meer over ons en onze
vooroordelen dan over Paulus. Zijn brieven zijn levendiger en hele
gedeelte zijn poëtisch getoonzet. In de tweede plaats is dit lied
in het geheel van de Korinte-brief geen zwerfsteen. Ik zou zeggen:
eerder een hoeksteen.
Het lied op de liefde past in een argumentatie-
structuur die feitelijk al begint in hoofdstuk 11 en
doorloopt tot het einde van de brief. Paulus gaat in op concrete
omstandigheden in de gemeente van Korinte. Om het in grote lijnen te
schetsen: er is verdeeldheid onder verschillende groepen binnen de
ene gemeente die zich manifesteert aan wat de gezamenlijke maaltijd
van de Heer zou moeten zijn. In werkelijkheid blijkt er juist een
pijnlijke verdeeld- heid te zijn. Het meegebrachte eten wordt niet zo
verdeeld dat iedereen genoeg heeft. Aan de tafel van de eenheid
blijkt de gescheidenheid. Als je daarmee doorgaat, zegt Paulus, dan
eet en drink je jezelf een oordeel. Woorden die een lange uitwerking
gehad hebben in onze traditie, maar die dus niets te maken hebben
met een moralistisch zondebesef. Ze slaan op de kwaliteit van de
gemeenschap. Waar verdeeldheid wordt voortgezet, wordt het sacrament
een gotspe.
Liefdeslied onder
werktijd
Om die verdeeldheid in het ene lichaam van de Heer
(=de gemeente) tegen te gaan, benadrukt Paulus allereerst dat
iedereen verschillende gaven heeft. Dat doet hij in hoofdstuk 12 met
het bekende beeld van het lichaam en de lichaamsdelen. We hebben
elkaar nodig. De een staat niet boven de ander, maar we staan naast
elkaar. Hij besluit dan met Richt u op de hoogste gaven. Maar
eerst wijs ik u een weg die nog voortreffelijker is. Dat is de
inleiding op I Kor. 13. De liefde staat in het verband van de
onderlinge omgang binnen een christelijke gemeenschap. De kwaliteit
van die gemeenschap wordt bepaald door de liefde. Had ik de liefde
niet… Liefde is meer dan een sentiment.
Liefde is meer dan alleen een stemming op die dag van je leven die
je beleeft op een roze wolk. Van bisschop Tutu is de uitspraak dat
‘Jezus van ons vraagt onze vijanden lief te hebben, niet dat we ze
aardig vinden’. Liefhebben is hard werken. Het is telkens weer
opnieuw de kunst leren, om te leven in gemeenschappelijkheid: in de
gemeente, in de samenleving, in het gezin en in je relatie.