Publicatiedatum: 15
december 2011
Auteur: ds.
Roeland Busschers
Kerstkind
zoekt onderdak
Ieder
mens overkomt het. Je staat in een winkel om kerstinkopen te doen.
Op de kerstafdeling liggen om je heen vele kaarsen in allerlei
kleuren en maten, kerstballen liggen naar kleur ingedeeld in
talloze vakken, kerstengelen dalen via een draadje af uit het
plafond. Ergens vandaan klinkt onvermijdelijk een kerstlied: ’Jingle
bells, jingle bells’. Voetje voor voetje, boodschappenmandjes
prikkend in elkaars rug, schuifelen we langs alle kerstspullen in
de richting van de kassa. Ineens overkomt het je: vragen wandelen
zomaar je hoofd binnen, lastige vragen die niet eens direct te
beantwoorden zijn. Zoals ‘wat doen wij hier met z’n allen?’,
en: ’is dit waar het met Kerst over gaat?’, of: ‘is dit het
kerstfeest dat ik zoek?’
Het
is een ervaring van vervreemding, van even niet thuis zijn in de
gewone loop der dingen, waarin je voor een moment buiten alle
drukte en gedrang staat. Als mens ben je ‘losgezongen’ van de
kerstsfeer. Natuurlijk is dit ongemakkelijke gevoel snel te
verhelpen door jezelf streng toe te spreken: Nee, nu niet deze
vragen, de lijst met boodschappen is nog lang, er is meer te doen
vandaag! Even later ben je dan weer terug in de rij en doe je wat
iedereen doet: kijken, speuren, tasten, keuren, dringen. Hoe vaak
maakt ieder mens vóór en tijdens Kerst niet zo’n kort moment
van vervreemding mee! En hoe snel probeert niet ieder mens dat
ongemakkelijke gevoel weer kwijt te raken. De vragen die uit dit
gevoel opkomen zijn nogal confronterend.
Zoeken
Wat
zoeken mensen eigenlijk met het kerstfeest? Hoe ziet voor ons een
feestelijke Kerst er uit?
Velen zullen als antwoord geven: samen zijn met anderen, in een
sfeer van vrolijkheid en ontspanning. En daar hoort natuurlijk van
alles bij. Van brandende kaarsen tot een feestelijke tafel, van
lekker eten tot en met een versierde kerstboom.
Toch
heeft het er veel van weg dat wij doel en middel hebben
verwisseld. Het doel is immers niet de feestelijke aankleding van
Kerst, het is vooral om bij elkaar te zijn en er vóór elkaar te
zijn. Alle aankleding staat in dienst van dit samen zijn, het is
een middel. Elke kaars die wij aansteken is een herinnering aan de
mogelijkheid om aan een medemens licht en warmte te geven. Het
feestelijke kerstmaal herinnert ons aan de mogelijkheid om gericht
aandacht en kracht te schenken aan een ander mens. De groene
kerstboom brengt in herinnering dat het ware eenvoud is die mensen
echt goed doet. De schittering van een kerstbal is een herinnering
aan de mogelijkheid een ander mens te laten stralen. En laten wij
niet vergeten, wat wij zo aan anderen geven, dat hebben wij zelf
als mens even hard nodig. Wij zoeken naar wegen om te geven, én
om te ontvangen!
Tijd
maken
Kerstmis
is het feest waarin mensen tijd maken en hebben voor elkaar. Tijd
waarin aandacht geven aan elkaar centraal staat, en te trachten
tegenover elkaar zichzelf te zijn. Nu zijn uitgerekend dit
aspecten van ons bestaan die in het dagelijkse leven sterk onder
druk staan en meestal niet de hoogste prioriteit hebben. Het lukt
ons slecht om in de vaart en heisa van dit leven zonder
terughoudendheid er voor elkaar te zijn. Als tegenwicht vieren we
op bijzondere en uitgebreide wijze het kerstfeest. Dit is
eindelijk die lang gezochte ‘quality time’, apart gezette tijd
(en wee, degene die stoort …) om bij te praten, om bij elkaar
én bij jezelf te zijn. Voor even lukt dan wel, althans dat hopen
wij, wat de rest van het jaar niet zo gemakkelijk lukt. Niet voor
niets beleven velen kerstfeest als een stap uit de gewone wereld
in een andere dromerige wereld. Niet voor niets zingen mensen
luidkeels over vrede tijdens Kerst en bedoelen tevens die hopelijk
geslaagde momenten van onderling samen zijn.
Vrede,
op aarde!?
In
de nacht van Kerst, zo vertelt het evangelie naar Lucas, zingen
engelen een lied dat sindsdien niet meer is verstomd. Alsof de
engelen vertolken wat voor mensen een diep gevoeld verlangen is,
tot nu toe meer gevoel dan woord. Hun lied is een lof tot God,
verbonden met het geschenk van vrede op aarde: ‘Ere zij God’.
Sindsdien is het zoeken naar vrede op aarde alleen maar sterker
geworden. In het groot, zoals tijdens de wapenstilstand met Kerst
1914 (Joyeux Noël) tijdens de Eerste Wereldoorlog. En evengoed in
het leven van gewone mensen. Oorlog en geweld in het groot, de
lege plek en het gemis in het klein, het is voor veel mensen de
harde realiteit en herinnert aan pijnlijke breuken in dit bestaan.
Een voorname reden waarom velen moeite hebben met Kerst. Juist
alle nadruk op ‘samen zijn’ laat de pijn van eigen gemis of
verdriet sterker voelen. Schrijnend zijn de verhalen van wie leeft
met de gebrokenheid van dit bestaan, en tijdens Kerst nergens
gehoor vindt. Geen wonder dat sommigen met Kerst hun heil elders
zoeken, en voor zichzelf blij zijn als deze dagen voorbij zijn.
Oorsprong
Tegenover
de engelen in het verhaal van de kerstnacht staan de anonieme
herders op het veld van Bethlehem. Zij zijn bezig met hun gewone
werk: het hoeden van schapen, zelfs in de nacht. Engelen verstoren
hun nachtelijke wake en vertellen hoe vlakbij in een stal de
redder is geboren. Na die ‘hemelse hint’ vinden de herders het
Kerstkind in een stal. Die herders vinden terwijl zij niet
zochten. Soms valt het vinden een mens als geschenk ten deel, zo
maar, onverwacht en ongedacht. Zoals nu bij de herders; alleen wat
vinden zij?
De
herders vinden het Kerstkind. En zij ontdekken hoe juist in dit
kind God zoekt naar mensen die zich als mensen laten vinden en
kennen. De herders vinden Jezus en ontdekken hoe naar hen wordt
gezocht, en gevraagd. Naar hen als mens. Dit Kerstkind zoekt
onderdak bij mensen, zelfs bij wie niet naar dit kind zoeken. Het
zoekt naar wat wij allen zoeken: de menselijkheid van elk mens.
‘God wil hier menslijk met ons verkeren’, verwoordt die regel
niet tegelijk ons eigen verlangen, zeker met Kerst!?