naar archief
Publicatiedatum: 27 januari 2011
Auteur: Ad Boes
Een motet van Bach in de Adventskerk
Na de feestelijke uitvoering van Bachs Hohe Messe,
eerst in delen daarna integraal, kiest de Asser Bach Cantategroep nu
voor een wat meer ingetogen koers. Op 30 januari worden in de
ochtenddienst twee kleinere werken van Bach uitgevoerd. Voor de dienst
aanvangt spelen Wietse Meinardi en het orkest van de Asser Bach
Cantategroep het eerste deel uit van cantate BWV 35 ‘Geist und Seele
wird verwirret’.
Er is natuurlijk niets op tegen, in tegendeel, om zo’n
muzikale inleiding op te vatten als een onderdeel van de liturgie, het
was bij Bach niet anders. We staan daarmee in een rijke katholieke,
anglicaanse en lutherse kerkmuzikale traditie. Na de uitleg laten koor
en een klein orkest motet BWV 226 ‘Der Geist hilft unsrer Schwachheit
auf’ horen. Meestal wordt gesproken over zes motetten die Bach, maar
het kunnen er meer zijn omdat veel van zijn muziek verloren is gegaan.
Inmiddels wordt ook Cantate 118 tot de motetten gerekend. Die compositie
heeft enkele jaren geleden al een keer in de Adventskerk geklonken. De
Japanner Masaaki Suzuki, vermaard solist, dirigent en musicoloog, rekent
ook Anhang 159 in het overzicht van alle werken van Bach, hoewel delen
ervan waarschijnlijk zijn gecomponeerd door Johann Christopf Bach, een
familielid. Daarmee komt het aantal motetten op acht.
De inleiding in cantate 35 is een sinfonia, in de Barok
een kort muziekstuk dat direct voorafgaand aan een (vocale) opera of
kerkmuziek werd uitgevoerd. Deze sinfonia voor strijkers en orgel, kent
een virtuose orgelpartij.
Motet BWV 226 heeft drie delen en duurt ruim
zeven minuten. Het eerste deel is achtstemmig, er zijn twee maal vier
partijen voor sopraan, alt, tenor en bas. Beide koren vormen een
eenheid. Ze worden
ruimtelijk tegenover elkaar geplaats hetgeen een fraai ruimtelijk effect
heeft. Ook dat heeft een historische achtergrond. De katholieke en de anglicaanse
traditie kennen de zgn. alternatim praktijk waarbij koor- en
orkestgroepen elkaar toezingen.
Het tweede deel van het motet, een alla breve - naam van de maatsoort -
is vierstemmig. Dat is ook het geval bij het laatste deel, een
koraalzetting Bach van een lied van Luther.
Het motet is een gelegenheidscompositie bij de begrafenis van de rector
van de Thomasschule en hoogleraar Johann Heinrich Ernesti in 1729. De
tekst van deel 1 en 2 is ontleend aan de brief aan de Romeinen,
hoofdstuk 8, vers 26 en 27: ‘Zo komt ook de Geest onze zwakheid te
hulp; want wat wij naar behoren zullen bidden weten wij niet; maar de
Geest zelf pleit voor ons met onuitsprekelijke verzuchtingen. En hij die
de harten doorgrondt weet wat het streven van de Geest is, dat hij,
overeenkomstig God, voor heiligen pleit.’
Een motet is een geestelijk zangstuk dat ook een lange
katholieke en lutherse traditie kent. Het madrigaal is daarvan de
wereldlijke tegenhanger. De motetten van Bach worden gerekend tot de top
van het genre als geheel én van zijn oeuvre. Ze zijn in vergelijking
met de cantates, de missen en de passies relatief kort. Motet BWV 226
duurt een kleine acht minuten.
In het begin van de twintigste eeuw werd de lutherse traditie nieuw
leven ingeblazen. Duitse componisten, waaronder Hugo Distler en Ernst
Pepping, schreven weer motetten. Bij ons werd die traditie opgepakt door
de onlangs overleden kerkmusicus Willem Vogel. Hij schreef motetten voor
een complete kerkelijke jaargang.
naar archief