Protestantse Gemeente

KERKBLAD   ARTIKEL

 Assen

 Protestantse
 
Kerk
 
Nederland

    

 

Doop in de Jordaan

   

  

Wijkgemeenten PGA
Assen-Noord
Opstandingskerk Assen-Noord
De Bron De Bron
De Ontmoeting
Kloosterveen De Ontmoeting
Holt-Esch
Jozefkerk Holt-Esch
Zuiderkerk Zuiderkerk
Vredeveld
Adventskerk Vredeveld
Sionsgemeente
De Schulp Sionsgemeente
Vereniging van
Vrijzinnige Protestanten
Doopsgezinde Kerk Vereniging van
Vrijzinnige
Protestanten
Ouderenpastoraat Ouderen-
pastoraat

  

Kerkbladarchief

poster
'Al onze vestigingen elke zondag open!'

naar website
Kerk in Actie

     
 

naar archief

Publicatiedatum: 27 januari 2011
Auteur: ds. Jan Ridderbos

Met nieuwe ogen kijken

Epifanie

Oudere gemeenteleden verzuchten weleens: Was het nog maar als vroeger. Want toen was het leven overzichtelijk en eenvoudig. Wie van onze protestantse voorouders had ooit het woord epifanie gehoord? 

Maar wat onze voor-ouders niet kenden, kennen onze voor-gangers des te beter. Zij duiden de zondagen na Kerst aan met de woorden: de zoveelste zondag na Epifanie. En in ons liedboek staat een afdeling die gewijd is aan dit kerkelijke feest (gezang 158 t/m 171). 

Potjeslatijn 
We zeggen nogal gemakkelijk, dat iets potjeslatijn is. Maar het woord epifanie is zeker geen potjeslatijn. Het is een keurig Grieks woord, dat op allerlei manieren in het Griekse Nieuwe Testament voorkomt. Als werkwoord, bijvoorbeeld in de Lofzang van Zacharias, ‘om hen te beschijnen, die gezeten zijn in de schaduw des doods’, Lucas 1:79. Als bijvoeglijk naamwoord, in de toespraak van Petrus: ‘voordat de grote en doorluchtige dag des Heren komt’, Handelingen 2:20. En als zelfstandig naamwoord, in de brieven van Paulus. Misschien wel het mest bekende voorbeeld is Titus 2:13, een tekst die vaak in de kerstnachtdienst gelezen wordt: ‘verwachtende de zalige hoop en de verschijning der heerlijkheid van onze grote God.’ Onze voorouders dachten wel, dat zij het woord epifanie niet kenden. Maar dat kwam omdat zij de Bijbel niet in het Grieks lazen. Zonder dat zij het wisten, kwam het woord maar al te vaak in hun eigen Bijbel voor.

Doorluchtige heren 
Het aardige van het woord epifanie is, dat het allereerst gebruikt werd in verband met doorluchtige heren. Wanneer er een keizerszoon te Rome geboren was, dan werd die geboorte aangeduid als epifanie, heerlijke of doorluchtige verschijning. En als een keizer of diens gezant op bezoek kwam in een wingewest, dan heette dat epifanie, verschijning van een doorluchtige hoogheid. Het was dus ongelooflijk brutaal dat de oude christenen de komst van Jezus Christus aanduidden als Epifanie. Het Kind te Bethlehem is de evenknie van de keizer te Rome, de allergrootste wereldheerser van die dagen. En eigenlijk vonden zij dat hij zelfs veel meer waard was. Om dat te illustreren, las de oude kerk op Epifanie het verhaal van de Drie Koningen. En in de Oosters-Orthodoxe Kerk is tot de dag van vandaag het Feest van Epifanie eindeloos belangrijker dan het kerstfeest. In het christelijk geloof gaat het maar niet om de geboorte van een kind, nee het gaat - om met Titus te spreken - over de verschijning van de heerlijkheid van onze grote God en Heiland. 

Doop in de Jordaan 
Nu is de grote God en Heiland in de ogen van de heersers van deze wereld, despoten en dictators, wel een zeer vreemde heerser. Hij wordt geboren in een stal te Bethlehem en Hij laat zich dopen in de Jordaan. De christelijke, en zeker de oudchristelijke kunst loopt over van afbeeldingen van de doop van Jezus. Wij hebben hier slechts een van de zeer vele afbeeldingen afgedrukt. De afbeelding stamt uit de doopkapel te Ravenna (Italië). Middenin staat Jezus. Jezus staat met beide benen in het watergraf. Dopen betekent dat dit graf zich boven je hoofd sluit; dopen is begraven worden. Maar dopen is ook opstaan uit dat water, uit dat graf. De doop van Jezus verwijst dus zowel naar Goede Vrijdag als naar Pasen. De vraag van de wijzen uit het oosten is: Waar is de koning der Joden. Die vraag wordt op Goede Vrijdag beantwoord: de koning der Joden is, volgens het opschrift, aan het kruis te vinden. En door wie wordt Jezus gedoopt? Johannes de Doper? Nee, hoor. Wie u ziet, dat is Elia (2 Koningen 1:8). En tegenover Elia zit Mozes, met zijn twee hoorntjes. Nu moet u aan het werk. Naar welk bijbelverhaal verwijst de kunstenaar te Ravenna? 

(Antwoord: zie hieronder)

naar archief

 
     
  

Epifanie: het antwoord op de vraag van hierboven

De kunstenaar in Ravenna verwijst naar de verheerlijking op de berg. Beide verhalen, de doop van Jezus en de verheerlijking op de berg, behoren bij elkaar. In beide verhalen klinkt de stem van God: ‘Deze is mijn Zoon, de geliefde, in wie Ik mijn welbehagen heb’ (Matteüs 3:17 en 17:5). En: beide mannen, ‘in heerlijkheid verschenen, spraken over zijn uitgang (exodus), die Hij te Jeruzalem zou volbrengen.’ Uitgerekend bij de verheerlijking op de berg wordt duidelijk, dat Jezus’ koningschap openbaar wordt aan het kruis.
Ds. Jan Ridderbos  

laatste wijzigingen